top of page

Wanneer neutraliteit geweld wordt: dwingende controle in het familierecht

Hoe familierecht en bemiddeling dwingende controle na scheiding kunnen verlengen — en waarom veiligheid vóór samenwerking moet komen.

Symbolische weergave van ongelijke machtsverhouding in familierecht: neutraliteit die geweld verlengt


Soms zit het geweld niet alleen in wat een ex-partner doet.

Soms zit het ook in wat systemen doen.


Een onderzoek dat niet gevoerd wordt of dat de signalen van dwingende controle mist.

Een deskundige die het wel ziet, een verslag schrijft, maar wiens verslag genegeerd wordt.


Een andere professional die maar één kant van het verhaal kent, daarover iets op papier zet, waar wél gehoor aan gegeven wordt.


Een rechter die bemiddeling oplegt terwijl bemiddeling gecontra-indiceerd is bij dwingende controle (en terwijl het slachtoffer op alle mogelijke manieren probeert duidelijk te maken wat er niet (h)erkend wordt in de procedure).


Een bemiddelaar die dader en slachtoffer benadert alsof ze twee even moeilijke ouders zijn.


Een hulpverlener die zegt dat "beide ouders water bij de wijn moeten doen", terwijl één ouder al jarenlang water, wijn, grenzen, veiligheid en zichzelf heeft moeten opgeven.


En voor wie het meemaakt, is dat een bijzondere vorm van hel.


Want waar kan je nog heen als diegenen die rechtvaardig zouden moeten zijn en zouden moeten helpen, zelf onderdeel worden van het geweld?


In de traumaliteratuur heet dat institutional betrayal: de schade die ontstaat wanneer instellingen waarvan je afhankelijk bent, niet beschermen tegen geweld — maar het onbedoeld verlengen, versterken of legitimeren. Het oorspronkelijke geweld zegt: "Je bent niet vrij."


Het institutionele falen zegt daarna: "Wij geloven je niet, wij begrijpen je niet, en wij gaan je toch terug aan tafel zetten."


Dat is het patroon dat nu langzaam zichtbaar wordt.



"We hebben steken laten vallen"


In april 2026 publiceerde Pointer een artikel over het groeiende inzicht bij Nederlandse rechters in intieme terreur.


Rechter Susanne Tempel erkende daarin dat rechters jarenlang te vaak uitgingen van een gewone scheiding, terwijl er sprake was van dwingende controle.

Daardoor werd aangestuurd op gezamenlijk gezag, samenwerken en bemiddeling-mediation — ook in situaties waarin dat voor slachtoffers en kinderen onveilig was.

Tempel zei dat zij "daar echt steken in heeft laten vallen" en dat ze kinderen mogelijk heeft gedwongen tot contact met een ouder die niet veilig was.


Ook de Raad voor de Kinderbescherming noemde het pijnlijk dat er te weinig kennis was over deze vorm van huiselijk geweld.


Die erkenning is belangrijk. Maar ze is pijnlijk laat.


Want slachtoffers, gespecialiseerde advocaten en onderzoekers zeggen dit al jaren. Niet elke moeilijke scheiding is een conflict tussen gelijken. Niet elke weigering om te overleggen is onwil. Soms is weigeren om samen aan tafel te zitten geen gebrek aan ouderschap, maar een veiligheidsstrategie.


De Nederlandse overheid publiceerde begin maart 2026 zelf een stuk met de veelzeggende titel "Intieme terreur: een blinde vlek in het familierecht."

Daarin beschrijven familierechtadvocaten Ariane Hendriks en Ingrid Vledder hoe de standaardbenadering — beide ouders moeten samenwerken, communicatie verbeteren, vooruitkijken — gevaarlijk kan zijn wanneer één ouder de andere controleert, bedreigt of psychologisch gevangen houdt. Hendriks stelt dat Nederland op dit vlak zeker vijftien jaar achterloopt op landen als Canada.


Het Verwey-Jonker Instituut concludeerde in april 2025 in het rapport "Waar geweld uit beeld raakt" dat huiselijk geweld en dwingende controle een veel te kleine rol spelen bij beslissingen rond scheiding, gezag en omgang.

Waar veiligheid voorop zou moeten staan, ligt in de praktijk de nadruk op gelijkwaardigheid van beide ouders en hun recht op contact. Risicoscreeningsinstrumenten worden door rechtbanken nauwelijks ingezet.



Waarom dwingende controle geen symmetrisch conflict is


Het kernprobleem: systemen houden van symmetrie.


Familierecht, bemiddeling en veel hulpverlening vertrekken vanuit symmetrie.

Twee ouders, twee verhalen, twee perspectieven, twee mensen die allebei een beetje moeten bewegen.


In gewone conflicten kan dat kloppen.

In scheidingen zonder geweld kan het helpend zijn om beide ouders te responsabiliseren.


Maar dwingende controle is geen symmetrisch conflict.


Dwingende controle is een patroon van macht, dreiging, vernedering, isolatie, economische druk, juridische druk en de voortdurende dreiging van geweld. Het gaat niet om één incident. Het gaat om een systeem van overheersing waarin één partner de vrijheid, autonomie en veiligheid van de andere ondermijnt.


Wanneer die controle na de relatiebreuk verderloopt via kinderen, procedures, overdrachten, gezag of verblijfsregelingen, spreken we over post-separation abuse: geweld en controle na de scheiding.


Het gevaar ontstaat wanneer professionals dit blijven behandelen als een communicatieprobleem.


Dan wordt niet het geweld aangepakt, maar het slachtoffer aangesproken op haar (of zijn) gedrag.

Dan wordt niet de pleger begrensd, maar het slachtoffer de opdracht gegeven om zich meewerkender, flexibeler, begripvoller op te stellen.

Dan wordt de bemiddelingstafel een plek waar de controlerende partner opnieuw toegang krijgt tot het slachtoffer, opnieuw informatie verzamelt, opnieuw druk zet en opnieuw de professional probeert te overtuigen dat hij de redelijke partij is.


Dat gebeurt vaak subtiel.


De controlerende partner komt rustig over.

Het slachtoffer is gespannen, boos, bang of chaotisch.


De professional ziet één ouder die "redelijk" oogt en één ouder die "moeilijk" doet.

En zo kan het slachtoffer opnieuw verliezen — niet omdat de feiten ontbreken, maar omdat het systeem de verkeerde bril opzet.


Amerikaans onderzoek naar verplichte bemiddeling in voogdijzaken met huiselijk geweld bevestigt dit patroon.

In een studie in San Diego County bleek dat rechtbanken structureel onvoldoende screenden op geweld. Zelfs wanneer geweld wél bekend was, leidde dat niet tot meer bescherming voor slachtoffers en kinderen.

De onderzoekers concludeerden dat verplichte bemiddeling vrouwen die slachtoffer zijn van geweld benadeelt en kinderen in gevaar houdt.


Een aparte studie over mishandelde moeders en bemiddeling beschreef hoe de meeste vrouwen secundaire victimisatie ervaarden, met negatieve gevolgen voor hun bereidheid om later opnieuw bescherming te zoeken via de rechtbank.



Het Verdrag van Istanbul verbiedt het. GREVIO signaleert dat het toch gebeurt.


Het Verdrag van Istanbul verbiedt in artikel 48 verplichte alternatieve geschillenbeslechting, waaronder bemiddeling, bij vormen van geweld.


De achterliggende reden is precies die ongelijke machtsverhouding: slachtoffers kunnen niet vrij onderhandelen wanneer de andere partij controle, angst of dreiging inzet.


GREVIO benadrukt dat geweld moet worden meegewogen bij beslissingen over gezag en contact.


Nederland kreeg in het thematische GREVIO-rapport van oktober 2025 scherpe kritiek. GREVIO stelde vast dat huiselijk geweld in omgangs- en gezagskwesties te vaak wordt gezien als wederzijds conflict, dat bemiddeling breed blijft opgelegd of sterk aangemoedigd zonder systematische screening op geweld, en zonder voldoende begrip van machtsdynamieken na partnergeweld.


België heeft op papier betere regels. Sinds de wet van 6 november 2022 (in werking 1 december 2022) mag een rechter geen gerechtelijke bemiddeling opleggen wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat één partij geweld heeft gebruikt, zonder zich ervan te vergewissen dat het slachtoffer vrij instemt. Die toestemming moet mondeling worden gevraagd buiten aanwezigheid van de andere partij. Geweld wordt daarbij ruim begrepen: fysiek, seksueel, psychisch en economisch.


Maar de praktijk blijft kwetsbaar.


Want de vraag is niet alleen: bestaat de regel?

De vraag is: herkennen rechters, advocaten, bemiddelaars en hulpverleners de signalen tijdig genoeg om die regel correct toe te passen?


België kreeg in het thematische GREVIO-rapport van november 2025 opnieuw duidelijke opdrachten:

  • geweld tegen vrouwen moet een verplicht criterium worden bij beslissingen over gezag en omgang,

  • screening en risicotaxatie moeten systematisch worden ingevoerd, en

  • begeleide contacten moeten zó worden georganiseerd dat ze de veiligheid van kinderen en moeders waarborgen en secundaire victimisatie vermijden.


België heeft daarnaast sinds oktober 2023 een feminicidewet (wet van 13 juli 2023) die een juridische definitie van feminicide en gendergerelateerd geweld introduceert.

Die wet creëert geen afzonderlijk misdrijf, maar voorziet in gegevensverzameling, analyse en preventie van geweld dat aan feminicide kan voorafgaan.

Belangrijk, maar voorlopig vooral een kader — de vertaling naar dagelijkse praktijk in familierecht en hulpverlening is nog niet gemaakt.


De kennis is er.

De kaders zijn er.

De internationale verplichtingen zijn er.


Maar tussen wettelijke tekst en dagelijkse praktijk zit nog te vaak een kloof.

En in die kloof vallen slachtoffers en kinderen.



Het kind als inzet


In dossiers rond dwingende controle na scheiding verschuift de aandacht vaak naar het kind.


Wil het kind gaan?

Mist het kind de andere ouder?

Is de moeder beïnvloedend?

Is er sprake van ouderverstoting?


Dat kunnen relevante vragen zijn. Maar ze worden gevaarlijk wanneer ze gesteld worden vóór de veiligheidsvragen.


Want kinderen in geweldcontexten leven niet in een vacuüm.

Ze voelen spanning, passen zich aan, vermijden conflicten, beschermen soms de ene ouder, sussen soms de andere.

Ze zeggen soms bij ouder A iets anders dan bij ouder B — niet omdat ze liegen, maar omdat ze overleven in twee verschillende emotionele werkelijkheden.


GREVIO waarschuwt uitdrukkelijk dat concepten zoals ouderverstoting niet mogen worden gebruikt om aandacht af te leiden van geweld, en dat beschermende moeders niet ten onrechte als vijandig of vervreemdend mogen worden weggezet wanneer er sprake is van geweld.


Dat betekent niet dat contactbreuk nooit complex is.

Het betekent wel dat geweld eerst ernstig onderzocht moet worden.

Niet als bijzin.

Niet als "beschuldiging."

Niet als "zijn of haar verhaal."

Maar als veiligheidsvraag.


Wanneer een kind in een geweldcontext wordt benaderd als een logistiek probleem — hoe krijgen we het kind van ouder A naar ouder B? — dan wordt iets fundamenteels over het hoofd gezien.


Dan maken we een volgordefout. De juiste volgorde start bij zekerheid over veiligheid.



Wanneer "geen kant kiezen" wél kant kiezen wordt


Neutraliteit is niet hetzelfde als blindheid.


Meerzijdige partijdigheid is niet hetzelfde als doen alsof alle stemmen even vrij spreken.


Professionele afstand is niet hetzelfde als morele onverschilligheid.


Geen waarheidsvinding doen is niet hetzelfde als geen veiligheidsvinding doen.


Wanneer een slachtoffer zegt: "Ik durf niet met hem aan tafel", dan is dat niet automatisch weerstand.


Wanneer een ouder grenzen stelt aan contact, dan is dat niet automatisch ouderverstoting.


Wanneer iemand emotioneel ontregeld is in procedure, dan is dat niet automatisch instabiliteit — het kan ook een normale traumareactie zijn op jarenlange dreiging en institutioneel ongeloof.


Een systeem dat te snel naar samenwerking tussen ouders duwt zonder eerst veiligheid te onderzoeken, vraagt aan het slachtoffer om te doen alsof het geweld voorbij is.


Maar bij dwingende controle is de scheiding vaak niet het einde van het geweld.

De scheiding is vaak het moment waarop het geweld van vorm verandert.



Wat moet er NU veranderen?


Er is geen nood aan meer goede bedoelingen. The road to Hell is paved with good intentions.


Er is nood aan drie fundamentele verschuivingen.


Eerste verschuiving: veiligheid vóór samenwerking.

  • Geen bemiddeling zonder voorafgaande screening op geweld en dwingende controle.

  • Niet samen aan tafel starten en dan "wel zien wat er bovenkomt."

    Eerst apart spreken.

    Eerst patroonanalyse!

  • Een bemiddelaar moet kunnen beoordelen dat een dossier niet thuishoort in bemiddeling, en moet dat kunnen en durven zeggen.

  • Weigerachtigheid van een ouder mag niet automatisch als obstructie worden gelezen — niet willen bemiddelen, het contact tussen het kind en de andere ouder willen beperken, kan in een geweldcontext gezond beschermend ouderschap zijn.


Tweede verschuiving: onderscheid tussen conflict en geweld.

  • Conflict vraagt communicatie. Dwingende controle vraagt begrenzing, bescherming en risicodenken.

  • Gezag en contact mogen niet los van geweld worden beoordeeld. Een ouder kan juridisch ouder zijn en tegelijk een veiligheidsrisico vormen.

  • Kindveiligheid omvat ook geweld tegen de andere ouder — een kind dat leeft in de schaduw van dreiging, vernedering of controle wordt geraakt, ook als het geweld niet rechtstreeks op het kind is gericht.


Derde verschuiving: verplichte, praktische opleiding.

  • Professionals moeten leren hoe plegers zich presenteren, hoe slachtoffers eruit kunnen zien, hoe post-separation abuse werkt en hoe kinderen in loyaliteitsdruk reageren.

  • Rechters moeten beslissingen expliciet motiveren wanneer er geweldssignalen zijn — niet "ouders moeten leren communiceren," maar: welke risico's zijn gewogen en welke beschermende maatregelen zijn genomen?



De echte toets


De toets is eenvoudig.


  • Als een beslissing alleen werkt wanneer het slachtoffer moet doen alsof voortdurend geweld er niet is, dan is het geen veilige beslissing.


  • Als bemiddeling alleen lukt wanneer het slachtoffer opnieuw moet inschikken, zwijgen of meebewegen, dan is het geen bemiddeling.


  • Als samenwerking wordt opgelegd zonder eerst macht, angst en risico te onderzoeken, dan is samenwerking geen oplossing — dan wordt samenwerking een instrument van controle.


  • En als een systeem zo bang is om partij te kiezen dat het weigert onderscheid te maken tussen geweld en conflict, dan kiest het uiteindelijk toch partij. Voor de sterkste.


De erkenning die nu (zeer en te) langzaam komt, is nodig.

Maar erkenning alleen volstaat niet.


Want achter elk rapport, elke aanbeveling en elke studiedag zitten ouders en kinderen die vandaag beslissingen ondergaan.


Zij hebben geen tijd voor traag voortschrijdend inzicht.

Zij hebben professionals nodig die vandaag durven zien wat er gebeurt en het vandaag anders en beter doen.


Niet elke scheiding is een conflict tussen gelijken.

Niet elke ouder die grenzen stelt, is moeilijk.

Niet elke rustige ouder is veilig.

Niet elke ontregelde ouder is onbetrouwbaar.

Niet elke bemiddeling is helpend.


Soms wordt neutraliteit geweld.


En dan is het de plicht van machtige systemen om niet neutraler te worden, maar juist scherper.



BRONNENLIJST


Schrijf je in op de spamvrije e-mail lijst

Wat krijg je in je inbox? Om de zoveel tijd stuur ik je een mail met iets wat ik bedacht, las of leerde: een nieuw blogartikel, een tip uit de praktijk, soms een uitnodiging voor een webinar. Niets meer, niets minder. Je kan op eender welk moment uitschrijven.

Praktijk Elpida - Eva Verween

Praktijkadres: Jan De Lichte 24, 9090 Merelbeke-Melle (België)

BTW-nummer: BE0743842124

Werkgebied: Vlaanderen (Oost-Vlaanderen,
West-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Limburg), Nederland en eender waar je Nederlandstalig bent.

©Eva Verween - Alle rechten voorbehouden

bottom of page