Moeders van volwassen narcistische kinderen: is mijn kind narcistisch?
- Eva Verween

- 14 okt 2020
- 12 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 jun
Een vergeten groep, en de nuance die te vaak ontbreekt...

Je hebt het opgezocht.
Het woord ingetypt, eerst voorzichtig, dan minder voorzichtig.
En je vond het.
Het patroon kreeg een naam. Even was er iets dat op opluchting leek: eindelijk een verklaring voor wat al jaren niet klopte.
En dan begon je verder te lezen. In vrijwel elk artikel over hoe narcisme ontstaat, wijst de vinger één kant op: naar de moeder. Naar haar hechting. Naar wat zij niet gegeven heeft. Naar wat zij heeft gemist.
En jij zit daar. Met dat kind, of zonder. Met je hand op je hart die zegt dat het niet aan jou ligt. En toch met het hele internet dat zegt van wel.
Dit artikel is voor jou.
Een vergeten groep
Wie schrijft er over de moeder die zelf op zoek is gegaan naar wat er aan de hand is met haar volwassen kind? Bijna niemand. Het hele veld rond narcisme is opgebouwd vanuit de andere kant: de volwassen kinderen die schade opliepen door een narcistische ouder, en die — terecht — een stem zoeken. Daar staat veel waardevolle literatuur over, en die heeft haar plek.
Maar de moeder die het patroon herkent in haar volwassen kind? Die komt in die literatuur bijna automatisch in de daderrol terecht. Want als narcisme bij hechting begint, en hechting bij moeders, dan moet zij wel de oorzaak zijn. Zo is de impliciete redenering. Ze is dader bij gebrek aan onderzoek naar haar verhaal.
Ik ken die moeders. Ik werk met hen. Moeders van een volwassen kind dat nauwelijks empathie toont, dat zelden iets voor een ander doet, dat liegt of manipuleert, dat lijkt te genieten van conflict, en dat ze vooral horen wanneer het iets nodig heeft. Moeders die met dat toekomstbeeld nooit aan kinderen begonnen zijn. Die hebben moeten leren leven met iets wat ze niet zagen aankomen, en die het verlies dragen van het kind dat ze hoopten te zien opgroeien.
En heel vaak herkennen ze het patroon. In hun (ex-)partner, in hun eigen moeder of vader, in een zus, een broer, een tante, een oom. Het zat er al voor zij moeder werden.
Er kwam een moment dat ze het gedrag van hun kind zelf opzochten. Ze typten hun zorgen in en belandden in shock bij het woord narcisme. Ze lazen wat het inhield. En dat patroon kreeg eindelijk een naam.
Maar met die naam kwam ook een pijnlijk besef: ze kunnen hun kind niet veranderen. Zelfs alle liefde van de wereld verandert daar niets aan.
Waar heb ik gefaald?, vragen ze zich af.
Ze hebben nergens gefaald. Deze moeders zijn eerder slachtoffer dan dader. Wie blijft prediken dat het de schuld van de moeder is, mag zich misschien even verplaatsen in de schoenen van een moeder die je werkelijk niets kan verwijten. Normale moeders maken zichzelf al verwijten genoeg. Dat is eigen aan het moederschap. Ze hoeven er geen valse beschuldiging bovenop te krijgen.
Wat de cijfers zeggen — voor zover we het meten
Lange tijd was estrangement (de term die in de internationale literatuur gebruikt wordt voor het verbreken of fors verminderen van contact tussen volwassen kinderen en hun ouders) een fenomeen waar bijna niemand over schreef of onderzoek naar deed. Dat begint te kantelen.
In de Verenigde Staten schat het grote Cornell-onderzoek van Karl Pillemer dat ongeveer 27% van de volwassenen op enig moment in hun leven geen contact heeft met een direct familielid — vaker dan men dacht, en vaker tussen ouders en volwassen kinderen dan men aannam [1].
Het werk van psycholoog Joshua Coleman, gespecialiseerd in moeder-kindbreuken op volwassen leeftijd, bevestigt dat het aantal ouders dat zich tot hem wendt al twee decennia toeneemt — en dat het niet zozeer gaat om "narcistische ouders die zelf verantwoordelijk zijn voor de breuk", maar om een veel complexere mix [2].
In Europa leverde een representatief Ipsos MORI-onderzoek voor de Britse charity Stand Alone in 2014 het eerste solide prevalentiecijfer: 8% van de Britse volwassenen had op dat moment zelf contact verbroken met een familielid, en in 19% van de families was ten minste één lid uit beeld — één op vijf Britse families dus, geraakt door estrangement [8].
De cijfers gaan over álle vormen van familie-estrangement (ouder-kind, broers en zussen, andere relaties), niet specifiek over ouder-volwassen kind. Maar het beeld is helder: ook in Europa is dit geen marginaal fenomeen.
Voor België en Nederland bestaan vergelijkbare bevolkingsbrede cijfers nog niet. In mijn praktijk zie ik wat de literatuur beschrijft: een onderschatte groep, vaak alleen in haar verdriet, vaak voor de eerste keer in hun leven onbegrepen door de mensen die ze nodig hebben.
Stress of pathologie? Hoe je het verschil kunt voelen
Eén onderscheid wil ik altijd maken, juist omdat ik die moeders zo serieus neem.
Narcisme bestaat. De narcistische persoonlijkheidsstoornis is reëel, en de pijn van wie ermee samenleeft wil ik op geen enkele manier minimaliseren.
Maar er is een groot verschil tussen pathologie en gedrag dat we narcistisch noemen omdat iemand onder stress staat.
Onder stress zijn we namelijk allemaal op overleven gericht. Op onszelf. Dat is geen karakterfout, dat is biologie.
Wanneer ons brein dreiging ervaart, ook al gaat het om een (zelfs banale) ruzie, neemt het overlevingssysteem het over en gaat het deel van het brein dat instaat voor perspectief nemen, voor inleving en voor nuance offline.
Stephen Porges beschreef dit als kern van zijn polyvagaaltheorie [3]: empathie en mededogen wonen in ons hogere mensenbrein, en dat deel is alleen beschikbaar wanneer we ons veilig voelen en een gereguleerd zenuwstelsel hebben.
In de vecht-, vlucht- of bevriezingsstand is empathie simpelweg niet beschikbaar.
Met andere woorden: iemand die onder stress als kil, zelfgericht of zonder mededogen reageert, gedraagt zich daarmee nog niet narcistisch in de klinische zin. Hij of zij gedraagt zich als een normaal mens in overlevingsmodus.
Het onderscheid zit hem in de kalme toestand. Pas wanneer iemand dat gedrag óók stelt wanneer er geen dreiging is, wanneer het veilig en rustig is en er niets op het spel staat, mogen we ons vragen beginnen stellen. Pas wanneer het een doorlopend patroon is, dwars door alle situaties, relaties en jaren heen, en niet onder stress, komt pathologie in beeld. De DSM-5 spreekt over de narcistische persoonlijkheidsstoornis dan ook expliciet als een pervasief patroon — geen serie momenten, maar een manier van zijn die door alle contexten heen loopt [4].
Dat onderscheid werkt in twee richtingen.
Het beschermt ons tegen het te snel plakken van een zwaar etiket op iemand die het gewoon moeilijk (gehad) heeft. En het helpt jou, als moeder, om met meer rust te kijken naar wat je ziet. Is dit mijn kind onder stress, of is dit een patroon dat er altijd is, ook wanneer alles rustig is? Dat is geen makkelijke vraag, maar wel een eerlijke. En soms is het antwoord pijnlijk duidelijk.
Als het wél een patroon is
Soms gaat het niet om stress. Soms is het wat het lijkt te zijn. Het patroon blijft, ook in de rust. Ook wanneer alles veilig is. Ook wanneer er niets op het spel staat.
Als je merkt dat je je in eigen huis of in het contact met je kind voortdurend moet aanpassen, dat je je schuldig voelt, dat je op je hoede bent, dat je jezelf wegcijfert — dan kan er sprake zijn van psychisch geweld of narcistisch misbruik. Ook van een volwassen kind aan zijn of haar moeder. Ook al wordt het in onze cultuur amper benoemd.
Dat verdient erkenning en hulp. Op mijn pagina over psychisch geweld en narcistisch misbruik lees je hoe ik daarmee werk.
En als je dit patroon zelf ook nog herkent uit je eigen jeugd — een ouder die jou ooit op vergelijkbare manier raakte — dan kom je in een dubbel verhaal terecht: het kind dat jou nu pijn doet en de ouder die je vroeger pijn deed, zitten in hetzelfde lichamelijke patroon. Dat hoort niet bij gewoon moederschap. Dat is een eigen verhaal. Opgegroeid in geweld gaat daarover.
Wat als het toch iets anders is?
Lang niet altijd ligt het zo zwaar. En zelfs wanneer je kind zich moeilijk gedraagt, hoeft narcisme niet de verklaring te zijn.
Dat durf ik je voor te leggen júíst omdat jou niets te verwijten valt, en je dus met een gerust hart wat breder kan kijken. Niet om je te corrigeren — je hebt je oordeel, je hebt niet gevraagd om gecorrigeerd te worden. Maar omdat de mogelijkheid dat het iets anders is, soms ruimte opent waar het etiket alleen een deur dichtdoet.
Het woord narcisme ligt snel op de tong, zeker wanneer je pijn hebt en houvast zoekt. Een duidelijk label is ook een manier om iets onbegrijpelijks een naam te geven. Soms dekt het label ook precies de lading. En soms niet.
Denk even terug aan wat ik schreef over het stressbrein. Dat geldt niet alleen voor jou, het geldt evengoed voor je kind. Een volwassen kind dat door een zware periode gaat, door welke bron van stress ook, kan kil, afwezig of zelfgericht overkomen zonder daarom narcistisch te zijn.
Een burn-out, eigen verdriet, geldzorgen, een wankele relatie, de zorg voor jonge kinderen, oude trauma's, mentale gezondheidsproblemen — het kan het zenuwstelsel zo overbelasten dat er even geen ruimte is voor een ander. Juist bij die kinderen loont het de moeite om milder te kijken, en om voorzichtig te proberen de band te verbeteren in plaats van hem te laten verharden.
Er kunnen ook heel andere redenen spelen waarom het contact niet lekker loopt.
Soms heeft je kind het gevoel dat het ergens niet gezien of gehoord werd, draagt het een herinnering aan iets wat jij heel anders beleeft, of voelt het een oude pijn die nooit hardop benoemd is.
Vanuit jouw stoel klinkt dat misschien onterecht of overdreven.
Vanuit de stoel van je kind kan het volkomen helder en proportioneel aanvoelen.
Twee mensen kunnen dezelfde geschiedenis delen en ze toch heel verschillend onthouden en aanvoelen.
In de literatuur over estrangement van volwassen kinderen worden de meest voorkomende redenen die volwassen kinderen zelf opgeven, vrij consistent gevonden [2][5]:
Het gevoel dat ze als kind emotioneel niet gezien of erkend werden, ook al was er materiële zorg
Een specifieke gebeurtenis of fase die voor hen anders aanvoelde dan voor de ouder
Een nieuwe partner of stiefouder die ze als ontwrichtend hebben ervaren
Loyaliteit aan de andere ouder na een scheiding
Een eigen therapeutisch proces waarin ze tot conclusies kwamen die ze als waarheid zijn gaan dragen
Verschillen in waarden, levensstijl of overtuigingen die te groot werden
Dat erkennen maakt jou geen slechte moeder. Integendeel, het maakt je een moeder die durft te kijken voorbij snelle conclusies, die probeert te voelen hoe de wereld er vanbinnen uitziet bij haar kind, zonder daarvoor je eigen waarheid in te leveren.
Wil je echt proberen te begrijpen wat er aan de andere kant kan spelen, dan vind je op mijn pagina voor volwassen kinderen die afstand nemen van een ouder hoe het er voor hen vaak uitziet.
Want net daar zit een opening.
Een label sluit een deur. Nieuwsgierigheid opent er een.
Milder en opener kijken naar je kind verandert misschien niets aan de situatie, maar het kan wel iets verzachten — in jou en tussen jullie. En soms is dat het begin van een beter contact, iets wat zowel jou als je kind goed kan doen.
Als je je afvraagt welke andere oorzaken er meespelen wanneer een volwassen kind afstand neemt of contact verbreekt, schreef ik daar een afzonderlijk artikel over: 10 andere redenen dan narcisme voor ouderverstoting.
Niet omdat narcisme niet bestaat.
Wel omdat het altijd narcisme noemen, andere reële oorzaken onzichtbaar maakt — voor jou, en voor je kind.
Wat je als moeder wél kan doen
Soms opent dat milde, open kijken écht een deur. Maar soms kom je, na alles eerlijk afgewogen te hebben, tot de pijnlijke vaststelling dat het patroon blijft, ook wanneer het rustig en veilig is. Dat het niet om stress ging, maar om wie je kind ten diepste is.
Voor die situatie zijn de volgende handvatten bedoeld. Je kan je kind dan niet veranderen, maar wel kiezen hoe je ermee omgaat en hoe je voor jezelf zorgt.
1. Stel je verwachtingen bij — met mildheid voor jezelf
Verwacht niet wat je kind je structureel niet kan geven, zeker niet op het vlak van diepe gevoelens en wederkerigheid. Dat klinkt hard, maar het is een vorm van zelfbescherming. Je maakt jezelf ongelukkig door telkens te hopen op gedrag dat uitblijft. Het is geen opgeven. Het is stoppen met jezelf pijn doen. Joshua Coleman noemt deze fase in zijn werk radical acceptance [2]: niet goedkeuren wat er is, wel ophouden te wachten op wat niet komt.
2. Bewaak je grenzen zonder de deur dicht te gooien
Je mag grenzen stellen en toch van je kind blijven houden. Die twee sluiten elkaar niet uit. Jij bepaalt wat je wel en niet toelaat in contact, in tijd en in energie. Grenzen zijn geen straf. Ze beschermen net het contact dat overblijft en maken het dragelijk in plaats van uitputtend.
Concreet kan dat betekenen: een gesprek beëindigen wanneer er beledigd of gemanipuleerd wordt. Bepaalde onderwerpen niet meer aansnijden. Niet alles wat je kind van je vraagt, automatisch geven. Geen verantwoordelijkheid op je nemen voor de gevolgen van keuzes die je kind zelf maakt. Grenzen zijn niet wat je tegen je kind doet. Grenzen zijn wat je vóór jezelf doet.
3. Maak ruimte voor je rouw
Wat jij draagt, lijkt op rouw — maar dan om iemand die nog leeft. Je mist een kind dat er is, maar niet op de manier waarop je gehoopt had. Dat noemen we ambigu verlies, een term die de Amerikaanse psychologe Pauline Boss introduceerde [6]. Het is een van de moeilijkste vormen van verdriet, precies omdat er geen afscheid is en geen duidelijkheid. Geen begrafenis, geen sluiting, geen ritueel waar je omgeving in mee kan rouwen.
Boss benadrukt dat ambigu verlies juist erkenning vraagt. Niet wegduwen. Niet "het is niet zo erg, hij of zij leeft toch nog". Wel: dit ís verlies, en het mag worden gevoeld.
4. Leef in het hier en nu
Blijf weg uit de spiraal van had ik maar, had ik maar niet, hoe zal de toekomst eruitzien? Dat brengt je nergens. Het verleden ligt vast, de toekomst nog niet. Leven in het nu, en zacht zijn voor jezelf, vraagt wat oefening en discipline, maar het brengt rust. Het is een strategie die werkt — en een die het zenuwstelsel actief helpt om uit de chronische alarmstand te komen.
5. Zoek steun en draag het niet alleen
Je hoeft dit niet in stilte te dragen. Praten met mensen die het begrijpen, of met een professional die ervaring heeft met deze dynamiek, lucht niet alleen op. Het helpt je ook helderder te zien en steviger te staan. In mijn praktijk werk ik met moeders precies op dit kruispunt — zie Therapie aanbod van Praktijk Elpida.
En als het contact stilvalt of breekt
Misschien is het contact met je volwassen kind intussen helemaal stilgevallen, of hangt het aan een zijden draadje. Ook dan sta je er niet alleen voor.
Voor ouders die het contact met een meerderjarig kind willen herstellen of open willen houden, werkte ik een apart aanbod uit. Je leest er meer over op mijn pagina over contactherstel met een volwassen kind.
Belangrijk daarbij: ik werk vanuit het idee dat contactherstel niet betekent dat jij alles moet inslikken om je kind tegemoet te komen, en evenmin dat je kind tot inkeer gedwongen moet worden. Contactherstel werkt het beste wanneer het vertrekt vanuit eerlijke reflectie aan beide kanten, in een tempo dat past, en zonder dat één van beide partijen zichzelf verloochent. Dat vraagt zorgvuldig werk — geen formules.
En als het contact (nog) niet hersteld kan worden, is er ander werk: het werk dat jij voor jezelf kan doen, ongeacht wat je kind doet of laat. Dat is in zekere zin het belangrijkste werk. Niet omdat het je kind moet veranderen, maar omdat het jou teruggeeft wat het verdriet heeft afgenomen.
Voor de bredere context rond contactverlies tussen ouders en (volwassen) kinderen — wat het is, hoe het zich onderscheidt, en wat begeleiding kan bieden — verwijs ik graag naar Contactverlies in het gezin en Vormen van contactverlies.
Niet zeker waar je terecht hoort?
Geen probleem, we zoeken het samen uit.
Boek een gratis kennismakingsgesprek van 20 minuten — telefonisch of via Zoom. Geen verbintenis, geen kosten, geen verwachting. We kijken samen kort wat speelt en welke richting bij jouw situatie past:
Is het patroon bij je kind eerder stress dan structuur? Dan kijken we naar wat helpt om de band te verzachten.
Lijkt het wél een blijvend patroon? Dan kijken we naar bescherming, rouw, grenzen en wat jij voor jezelf kan opbouwen.
Wil je proberen het contact te herstellen? Dan kijken we naar wat dat in jouw situatie haalbaar maakt.
Ben je vooral op zoek naar erkenning en een plek waar je verhaal serieus genomen wordt? Ook dat is een goede reden om te (video)bellen.
Zelf aan de slag, op je eigen tempo
Naast begeleiding kun je ook zelf werken aan je eigen rust en eigenwaarde — want die staan bij ouders in deze situatie vaak zwaar onder druk:
Altijd kalm blijven bij dié persoon — een hypnosesessie die je helpt je rust te bewaren in spanningsvolle contacten.
Geef jezelf een stevige basis — een hypnosebundel om je eigenwaarde te herstellen, los van de afwijzing die je ervaart.
Voel je welkom.
Heel hartelijk,
Eva
Bronnen en verder lezen
[1] Pillemer, K. (2020). Fault Lines: Fractured Families and How to Mend Them. Avery (Penguin Random House). Onderzoek aan Cornell University; vond dat ongeveer 27% van de Amerikaanse volwassenen op enig moment in hun leven zonder contact zit met een direct familielid.
[2] Coleman, J. (2021). Rules of Estrangement: Why Adult Children Cut Ties and How to Heal the Conflict. Harmony Books. Het standaardwerk voor ouders die contact verloren met een volwassen kind.
[3] Porges, S. W. (2011). The Polyvagal Theory: Neurophysiological Foundations of Emotions, Attachment, Communication, and Self-Regulation. W. W. Norton. Wetenschappelijke basis voor het inzicht dat empathie en mededogen zenuwstelsel-afhankelijk zijn.
[4] American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition, Text Revision (DSM-5-TR). De narcistische persoonlijkheidsstoornis wordt gedefinieerd als een pervasief patroon van grandiositeit, behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie, dat in verschillende contexten optreedt.
[5] Blake, L., Bland, B., & Rouncefield-Swales, A. (2022). Estrangement between adult children and their parents: A systematic literature review. Journal of Family Studies. Een actueel overzicht van wat we momenteel internationaal weten over breuken tussen ouders en volwassen kinderen.
[6] Boss, P. (1999). Ambiguous Loss: Learning to Live with Unresolved Grief. Harvard University Press. De grondlegster van het concept ambigu verlies — verlies zonder afsluiting, zonder duidelijkheid en zonder rituele markering.
[7] Torgersen, S., Myers, J., Reichborn-Kjennerud, T., Røysamb, E., Kubarych, T. S., & Kendler, K. S. (2012). The heritability of Cluster B personality disorders assessed both by personal interview and questionnaire. Journal of Personality Disorders, 26(6), 848-866. Onderzoek aan de Universiteit van Oslo dat een genetische component bij narcistische trekken aantoonde.
[8] Stand Alone & Ipsos MORI. (2014). The Prevalence of Family Estrangement. Nationaal representatief omnibus-onderzoek onder 2.082 Britse volwassenen (15+), uitgevoerd door Ipsos MORI tussen 12 en 18 september 2014; data gewogen naar leeftijd, regio, sociaal-economische klasse en werkstatus. Gepubliceerd door Stand Alone (UK).



